Training

Uit FietsVakantieWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Fysieke voorbereiding

De vraag of je moet trainen voor een fietsvakantie is een van de meest bediscussieerde op het Wereldfietserforum. Het antwoord is dan ook niet eenduidig: het hangt er nogal van af. De nodige training is uitgebreider naarmate het ambitieniveau van de reis stijgt en bovendien sterk afhankelijk van wat je thuis gewend bent. Ga je fietsen met volle bepakking of met een "daguitrusting" (zoals vaak bij georganiseerde fietsreizen)?

Fiets je thuis elke werkdag door weer en wind 15 km naar je werk of school en weer terug dan kun je zo op pad voor de meeste bestemmingen met dagafstanden die voor veel vakantiefietsers gebruikelijk zijn in de orde van 65 km per dag.

Fiets je thuis nauwelijks, ben je niet zo heel jong meer, ga je naar een heftige bestemming of wil je veel kilometers maken dan is het verstandig om vroeg in het voorjaar of zelfs langer van tevoren langzaamaan te beginnen. Het opbouwen van spiermassa, sterke pezen en gewrichten, aerobe conditie (hart en longen) zijn zaken die meerdere tot vele maanden in beslag nemen en langer duren naarmate je op een lager niveau start. Dat je tempo en afstanden geleidelijk opvoert is evident, evenals het feit dat je meerdere keren per week zou moeten trainen om effectief bezig te zijn. Zodra je langer dan circa anderhalf uur per keer bezig bent zul je ook iets onderweg moeten eten. Lees de pagina Eten en drinken.

Een bijzondere situatie geldt voor mensen die wel aan sport doen, maar nauwelijks fietsen. Om de specifieke fietsspieren en pezen aan het fietsen te laten wennen zul je in zo'n geval ook moeten trainen om blessures te voorkomen. Hetzelfde geldt voor clickpedalen. Als je er niet aan gewend bent, gebruik ze dan meerdere maanden voordat je op de pittige vakantie gaat.

Als je naar een bergachtig gebied gaat is het verstandig om iets aan klimtraining te doen in bijvoorbeeld de Ardennen. Dit niet eens vooral vanwege de fysieke training, maar vanwege het psychologische aspect van klimmen: het gaat trager en het duurt lang. Een heuvel van 25 meter hoogte knal je nog wel even op, maar bij een hoogteverschil van honderden meters gaat deze tactiek onvermijdelijk mis. Vergelijk jezelf niet met tourrijders die je op tv met 25 km per uur een col ziet beklimmen: zij trainen al jaren, zijn licht voor hun lengte of hebben enorm gespierde benen, hun fiets weegt nauwelijks de helft, ze hebben geen bagage bij zich, krijgen bidonnetjes en sportvoeding aangereikt, hoeven geen boodschappen te doen of hun tent op te zetten en zoals inmiddels bekend hebben veel profs daar nog niet genoeg aan gehad. Al met al hebben profs voor elke kilo die omhoog moet drie à vier keer zoveel vermogen tot hun beschikking dan een gemiddelde vakantiefietser (google trapvermogen wielrenner). Omdat het overwinnen van de zwaartekracht bij het klimmen verreweg de bepalende factor is, moet je als vakantiefietser ook al heel blij zijn met eenderde van de snelheid. In de praktijk is dit nog minder, want je wilt toch minder moe bij de finish komen dan een etapperijder.

Het geluk van de vakantiefietser is dat je er met 6 km/u ook komt. Luister naar je lichaam in plaats van op de snelheidsmeter af te gaan. Een eenvoudige maar nog altijd goede regel voor een klimsnelheid die je lang kunt volhouden is dat je nog met je maatje naast je zou moeten kunnen praten zonder buiten adem te raken. Een hogere snelheid is bij een training of een korte tocht niet erg, maar als het om een lange tocht gaat verstook je onnodig je krachten. Schakel ook terug naar een verzet waarbij je bij die snelheid een normaal traptempo kunt aanhouden (70 tot 90 pedaalomwentelingen per minuut). Blijf je in een te zwaar verzet hangen dan verzuren je spieren en is de kans op overbelasting van spieren en pezen groot.