Eten en drinken

Uit FietsVakantieWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Eten

Als fietser gebruik je veel energie. Van alle sporten die je kunt doen is het fietsen een van de sporten waarbij je de meeste energie kunt verbruiken, zelfs als relatief ongetraind persoon.

Grosso modo gebruik je op fietsvakantie anderhalf tot tweemaal zoveel als waneer je normaal thuis bezig bent en een paar keer per week wat sport. Dat zul je er ook weer bij moeten eten anders val je af - wat voor sommigen een fijne bijkomstigheid kan zijn - maar ook omdat je lichaam de extra voedingsstoffen nodig heeft om alles in goede gezondheid te houden.

Op een fietsvakantie van enkele weken gaat het dan niet om vitamines en mineralen. De kans dat je als gezond persoon in twee weken een tekort hiervan krijgt tijdens een fietsvakantie is bijzonder klein, of je moet het tekort al min of meer vooraf hebben opgebouwd.

De onderwerpen hier zijn koolhydraten, eiwitten en vetten. Je lichaam heeft alledrie nodig:

  • Koolhydraten zijn de grote energieleverancier voor het lichaam. Ze bestaan in de vorm van snelle koolhydraten en langzame koolhydraten. Snelle koolhydraten vindt je in fruit en vruchtensap, pasta, witbrood, couscous, witte rijst. snoep, limonade en honing. Langzame koolhydraten vindt je in bijvoorbeeld volkorenproducten, bonen, groenten, aardappelen, müsli, zilvervliesrijst etc.
  • Vetten bevatten veel meer energie dan koolhydraten. Wel heeft het lichaam meer moeite en tijd nodig om vetten op te nemen. Voedingsmiddelen die veel vetten bevatten zijn dan ook met name geschikt voor na het fietsen. Helemaal geen vetten eten is geen goed idee omdat voedingsmiddelen met vetten een aantal voedingsstoffen bevatten die in vetloze producten weinig voorkomen.
  • Eiwitten zijn de bouwstoffen van het lichaam. Je vindt ze met name in zuivel, vlees, vis en eieren, maar ook in granen, peulvruchten en noten. Eiwitten zijn noodzakelijk voor het functioneren en instandhouden van het lichaam. Nu krijgt een vleesetend mens er in onze landen meer dan genoeg van binnen; op fietsvakantie in armere landen zul je er op moeten letten of je op den duur genoeg binnenkrijgt. Voor vegetariërs geldt dit eerder omdat een aantal noodzakelijke eiwitten in maar weinig voedingsmiddleen zitten naast vleesproducten.

Typisch voor fietsers

  • De eerste paar dagen van een fietsreis zul je merken dat je lichaam zich zal moeten instellen. Vooral als je na een heel lange zit uit vlietuig, auto of bus rolt zal de eerste dag je flink kunnen tegenvallen. In de dagen voor de reis heb je waarschijnlijk niet getraind, je hebt veel stilgezeten en misschien ben je in een andere tijdzone terechtgekomen. Je lichaam heeft de stofwisseling dan op een lager niveau gezet en je zult na het bijkomen en wennen aan de vaak hogere temperatuur je stofwisseling op gang moeten brengen. Doe daarom de eerste dag heel rustig aan. Denk aan de helft van het aantal kilometers van wat je op andere dagen gaat doen.
  • Ontbijt uitgebreid, niet vetloos, maar ook niet te vet. Daarmee leg je een voorraad energie aan waarmee je een tijd vooruit kunt.
  • Eet bij lange ritten regelmatig iets. Twee uur fietsen zonder bij te eten is te lang; als je na een uur zin in iets hebt en je moet nog ver, eet dan iets. De man met de hamer is een gevleugelde uitdrukking die je zult begrijpen als je te weinig eten in je lijf hebt en de bloedsuikerwaarden daardoor tot een te laag niveau dalen: je bent niet meer vooruit te branden, voelt je slap als een vaatdoek, misselijkheid komt opzetten samen met een doffe hoofdpijn en kunt zelfs duizelig zijn. De oplossing: stop met fietsen, eet zoveel als je redelijkerwijs binnen krijgt met veel suikers, lichte koolhydraten en weinig vet en drink er veel water bij. Na een half uur à één uur zal het al beter gaan. Een tabletje druivensuiker is gemaakt van het juiste materiaal, maar een paar tabletjes zijn helaas te weinig om echt zoden aan de dijk te zetten als je opgebrand langs de weg zit.

Drinken

Eten is heel belengrijk, drinken zonodig nog belangrijker. Als fietser heb je veel meer vocht nodig dan wanneer je minder actief bent. Zelfs in de winter, als je nauwelijks zweet, raak je via uitgeademde lucht en je huis meer vocht kwijt dan je zou vermoeden. Omdat je in de zomer gewoon meer vocht verliest anwege de warmte en omdat het in de winter lastig is om tijdens het fietsen koud bidonwater te drinken moet je tijdens deze seizoenen extra opletten.

Drink daarom genoeg voor, tijdens en na het fietsen: Drink tijdens het onbijt bij twijfel wél de tweede of derde mok thee leeg. Neem onderweg voldoende mee, zeker als je niet overal water zult kunnen vinden. Vakantiefietsen zijn niet voor niets met minimaal twee bidonhouders uitgerust. Overweeg in warme streken een petfleshouder. Zorg dat je direct na de fietstocht je vochttekort goed aanvult. Dit bevordert het herstel.

Wat voor type vocht je drinkt is een tweede vraag. Teveel cafeïne onderweg kan je nieren onnodig veel vocht laten afdrijven. Alcohol onderweg is om meerdere redenen niet aan te raden. Over suikers en koolhydraten in drank is veel geschreven, maar bedenk dat je als vakantiefietser niet alleen drinkt maar ook eet onderweg. Wat er in je darmen terechtkomt is daarom hoe dan ook al een mengsel van water en zowel langzame als snelle koolhydraten. Alle drie heb je nodig onderweg. Het is daarom helemal niet gek om vruchtensap te drinken, dat zijn koolhydraten die gemakkelijk wegdrinken en snel worden opgenomen. Zout is nog iets anders. Het gebeurt niet zomaar, maar als je in warme streken zoutarm eet kun je een zouttekort opbouwen, met krampen als gevolg. Mocht je na het fietsen zin hebben in soep, chips of droge worst dan kan dat zeker ook te maken hebben met het lichaam dat vraagt om zout. Geef daar - met mate uiteraard - aan toe.