Banden

Uit FietsVakantieWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Maatsystemen

Er zijn drie soorten maatsystemen in omloop, wat voor veel verwarring zorgt. Zo kennen we het klassieke systeem met aanduidingen als 28" x 1 5/8" x 1 3/8", het Franse (bv 700C) en ISO met bv 37-622. In het klassiek systeem is een 28" x 1 5/8" x 1 3/8 een band die 28" in diameter zou zijn als hij 1 5/8" breed was, ware het niet dat de band maar 1 3/8" breed is! In Frankrijk noemen ze dit een 700 x 35C: de banden die op de bijbehorende velg passen hebben (met de franse slag gemeten) een diameter van 700 mm, en de breedte is in dit geval 35 mm. Wel eenduidig en handig is het ETRTO (European Tyre and Rim Technical Organisation) systeem, dat uitgaat van de velgdiameter. De bandbreedte en de velgdiameter of de diameter van de hieldraad is altijd te meten, en zo kom je op aanduidingen zoals 37-622: 37 mm breed, en de zitting in de velg meet 622mm. Waarom dit handig is blijkt in de praktijk als je in de winkel om een nieuwe band vraagt: er zijn heel veel verschillende 20", 26" of 28" banden, die allemaal maar alleen maar op hun eigen velg passen. Als je je netjes aan de ETRTO aanduiding in millimeters houdt heb je die verwarring niet.

Er komen momenteel nog maar twee velgmaten in aanmerking om mee op vakantie te gaan. De wildgroei in velgmaten uit het verleden, toen je in Angelsaksische landen beter op 27" (630mm) kon rijden en in de franse invloedssferen misschien voor 650B (584mm) koos, is nu over. Het is nu óf 622 óf 559. Met de 622 velg (klassieke randonneurs, hybrides) heb je meer keuze in lichtlopende banden voor verhard wegdek, terwijl de kleinere velgdiameter en dus sterkere ATB maat vooral goed is in brede profielbanden. 559 heeft daarom de voorkeur voor ruige expedities, maar met een smallere band ook heel praktisch voor kleine frames (H<52 cm). Een ontwkkeling van de laatste jaren zijn banden in 29", voor grote mountainbikes. De ETRTO aanduiding is ook hier weer onverslaanbaar, want dan blijkt dat dit de vertrouwde 622mm hybride maat is!

Bandopbouw

Vroeger waren er heel veel verschillende systemen om banden op velgen te monteren: hielbanden, geplakte banden, banden met boutjes enz. Tegenwoordig kom je eigenlijk alleen nog maar de draadband tegen. Deze band is opgebouwd uit twee hieldraden (ronde hoepels) waar het weefsel van het karkas omheen gewikkeld is. Het profiel van de band is op het weefsel gevulkaniseerd. De hielen van de band komen in een U-vormige velg te liggen, waarna de band met een losse binnenband op spanning wordt gebracht en de band draagvermogen krijgt. De meeste banden voor vakantiefietsen zijn ontworpen voor gebruik op velgen met een groef in de binnenkant van de velgrand. De hieldraad wordt door de luchtdruk extra in de groef geperst, waardoor de band beter centreert en ook niet bij hoge druk van de velg kan wringen. Normaal zijn de hieldraden van staal, maar om gewicht te sparen zijn duurdere banden vaak voorzien van een Kevlar hieldraad. Deze is lichter en bovendien kun je zo'n band klein opvouwen, omdat de hieldraad veel buigzamer is. Een andere toepassing van Kevlar is als brekerlaag, tussen karkas en profiel. Deze moeilijk doordringbare laag moet bescherming bieden tegen inrijdingen door scherpe steentjes e.d.. Een andere methode om banden tegen inrijdingen te beschermen is door een zeer taaie zachte rubberlaag onder het loopvlak aan te brengen. De bedoeling is dat steentjes hier niet doorheen dringen en zelfs weer uit worden gemasseerd. Behalve door scherpe voorwerpen kan je ook een lekke band krijgen als de binnenband klem komt te zitten tussen de opgevouwen wang van de band, een situatie die voor kan komen als je met te weinig bandenspanning tegen een stoeprand opknalt. Om dit tegen te gaan kom je wel banden tegen met een extra stijve wang. Een radikalere oplossing is een tubeless uitvoering, daar zit geen binnenband in dus die kun je zo ook niet stuk scheuren. Een lege tubelessband is onderweg echter niet op te pompen, dus na een lekke band zit je toch aan een binnenband vast. Het soepeler het weefsel waar de band van gemaakt is, en hoe dunner de rubberlaag des te makkelijker zal de band kunnen inveren. Soepele banden hebben daardoor minder rolweerstand. De fijnheid van het weefsel wordt meestal aangegeven met het aantal draden per inch (TPI) hoe dikker de draden, des te minder je nodig hebt. Sommige racebandjes zitten aan de 220, maar 100 tot 40 zijn voor een vakantiefiets gangbaarder waarden.

Profiel

Het profiel van een fietsband varieert van geen tot wilde stekelvarkens, al dan niet voorzien van spikes. Groeven zoals in een brede autoband om regenwater af te voeren zijn in een fietsband zinloos, want daarvoor is de band te smal en zijn de snelheden te laag. Op een schone vlakke ondergrond voldoet een slick dus prima. Op losse ondergrond heb je echter profiel nodig, zodat de band zich kan vertanden in de ondergrond. Het profiel moet daarvoor niet alleen tractie geven om te kunnen remmen en op te trekken, maar ook zijdelingse steun om niet weg te glijden. Een geprononceerd profiel heeft echter nadelen, behalve dat er veel zwaar rubber in gaat zitten zullen de hoge noppen ook wegbuigen, waardoor de bochtvastheid en het stuurgevoel zullen verslechteren. Als het profiel bovendien onderbroken is zal de band op een vlakke weg ook veel lawaai gaan maken.

Binnenbanden

Het eerste wat bij een binnenband opvalt is het ventiel. Je komt drie soorten tegen: Presta (frans, met het borgschroefje), Dunlop (aka Woods, 'met het slangetje') en Schraeder (autoventiel) Het franse ventiel heeft als voordeel dat ze een maar een klein gat in de velg nodig hebben, ideaal bij een smalle racefietsband. Bovendien pompen ze het lichtst. Bij het dunlopventiel heb je altijd het risico dat je onderdelen kwijtraakt, en de autoventielen zijn vooral makkelijk als je de band bij een benzinestation wilt oppompen. Maar dan moeten ze er geen drukregelaar voor personenauto's tussen gezet hebben, want maximaal 3 atmosfeer is voor de meeste banden veel te weinig. Let bij een binnenband op ook de juiste breedtemaat, want te ver gerekt rubber gaat gauw stuk. Als je gewicht wil sparen kun je vaak dunnere binnenbanden toepassen, maar die lopen natuurlijk sneller leeg dan een band met een dikke rubberlaag. Nog sneller leeg lopen binnenbanden uit latex ipv butylrubber, want dan moet je dagelijks pompen. Laat je dat na dan kun je de geclaimde rolweerstandsreductie nooit waarmaken!

Breedte

Het draagvermogen van de band wordt bepaald door de breedte en de toelaatbare druk. Een te smalle band of een te lage spanning is vaak de oorzaak van een stootlek, of in modern Nederlands een 'snakebite'. Je rijdt over een steen, de band stoot door tot op de velgrand, en de binnenband wordt stukgewreven in de dubbelgevouwen buitenband. Op deze wijze ontstaan er twee karakteristieke scheurtjes naast elkaar. Pomp de achterband dus hard genoeg op, de maximaal toelaatbare druk staat vaak op de buitenband gedrukt (100 psi=7 atm). Doe dit een keer voor het gevoel met een pomp met manometer, voor veel fietsers is dat een verrassing! De minimaal aanvaardbare bandbreedte is sterk afhankelijk van lichaamsgewicht, weg en bagage, maar een achterband smaller dan 32mm (dat is de fabrieksopgave[1], zelf meet je gauw een halve centimeter minder) is niet aan te raden. Bovendien veert een dikke band beter. De bovengrens wordt gevormd door het frame: een te dikke band en hij past niet meer tussen de achtervorken of onder de rem door

Rolweerstand

Rolweerstand is evenredig aan de rijsnelheid. De luchtweerstand is evenredig aan de snelheid in het kwadraat, en dus bij toeristentempo nog niet erg groot. Dit betekent dat de rolweerstand er juist bij lage snelheden flink inhakt. Niet iedere band is het zelfde, en een slimme keus kan met de zelfde inspanning aan het eind van de dag 20 km verschil maken! Of anders gesteld: een uur gratis uitslapen, picknicken, terras hangen, locale bezienswaardigheden doen of toch nog koken in de avondzon.

Rolweerstand is een optelsom van de verliezen door het vervormen van de band en het gestuiter van de fiets. Op een gladde weg helpt het om de band heel hard op te pompen, en heb je dus ook niet veel weerstand van stugge antilek lagen. Op een hele ruwe weg zal een soepele en niet hard opgepompte band juist lichter lopen omdat je niet zo door elkaar geschud wordt. Dat is bovendien stukken comfortabeler.

De rolweerstand wordt dus gunstig beinvloed door soepele wangen (dus een karkas van fijn weefsel van minimaal 65 tpi en weinig rubber) en weinig vervorming in het profiel. Hoge noppen (MTB band) hebben juist veel vervorming, en leggen het daarom altijd af tegen een kale slick. Antilekbanden hebben een dichte brekerlaag in het loopvlak. Deze laag reduceert in principe de kans op het binnendringen van steentjes of glassplinters. De laag verhoogt de rolweerstand op ruwe ondergrond, en heb je toch een lekke band dan ben je een kwartier aan het pulken om de splinter uit de brekerlaag te trekken. Hoe minder goed je bent in het plakken van banden, hoe meer rotzooi (glas, dorens, ijzerdraad) er op de weg ligt en hoe zwaarder je bent, des te meer zin het heeft om antilekbanden te overwegen

Latex binnenbanden (cremekleurig) zijn soepeler dan gewone zwarte butylrubber versies, maar ook duidelijk poreus en veel duurder. Als je ze niet ieder dag oppomt zal je van de vaak geclaimde rolweerstandsreductie weinig merken. En hoewel latex meer rekt dan gewoon rubber moet je ook hier niet een te kleine maat monteren. Hoe meer rubber wordt uitgerekt, des te eerder rijdt je lek.

Conclusies

De conclusie is dat op asfalt een gewone band met een fijn of een 'city'profiel of zelfs een dikke slick aan te raden is. Plan je toch onverhard terrein, zoek dan een profielband met een doorlopende centerrib. Er zijn ook banden met een vlakke bovenkant en alleen noppen aan de zijkant voor gemengd gebruik, maar als je op asfalt met zo'n band schuin door de bocht gaat schrik je je wild als je plotseling op de noppen terecht komt. Echte noppenbanden zijn ontwikkeld voor gebruik in het terrein, of ontworpen op een ruig aanzien in de showroom! Op de gewone weg maakt zo'n stekelvarken vooral lawaai. Van de extra hoge rolweerstand en het onzekere bochtgedrag op verhard wegdek door het buigen van de noppen heb je meer last dan plezier. Ga je met meer mensen op pad, dan is het ook interessant om te kijken hoeveel water de band opgooit vanaf een nat wegdek. Daar zit nogal wat verschil tussen, en het maakt veel uit of je op zo'n baaldag elkaar nog moed in kan spreken (of op een verbaal krachtiger manier kunt motiveren), of dat je door de fontein gedwongen wordt meters afstand te houden.


[1]Bij de gewichtsopgave valt de fout natuurlijk naar de andere kant uit.